Interview ter gelegenheid van de publicatie van het Tadamun Most-Wanted-Justice-rapport met Khaled Quzmar, directeur van Defense for Children International Palestine.

Een bezetting biedt geen kader voor recht.

De bezetting van de Palestijnse gebieden duurt al bijna 50 jaar: generaties zijn opgegroeid onder Israëlische overheersing. Defense for Children International Palestine (DCIP) constateert dat er steeds meer Palestijnse kinderen slachtoffer zijn.

Mieke Zagt, directeur van Tadamun, sprak hierover met Khaled Quzmar, directeur van Defense for Children International Palestine (DCIP), naar aanleiding van het Tadamun rapport Most Wanted Justice. Most Wanted Justice is gebaseerd op de getuigenissen uit het DCIP rapport No way to treat a Child  (2016).

Uit het rapport blijkt dat 60% van de 429 Palestijnse kinderen die door DCIP ondervraagd zijn, naar Israël wordt vervoerd. Daar zijn ze ver van hun familie, die hen daar moeilijk kan bezoeken. Veel kinderen worden mishandeld tijdens het vervoer. Kinderen horen binnen een eerlijk proces zo snel mogelijk berecht te worden, zodat ze niet steeds heen en weer moeten naar de rechtbank. Soms moeten ze om 3 uur ’s ochtends de gevangenis uit en komen ze pas de volgende dag weer terug.

Khaled: Wij  vragen om een einde aan de langdurige bezetting en we vragen om gerechtigheid. We spreken over bijna 50 jaar bezetting.

Ons referentiekader is het Internationale Verdrag voor de rechten van het Kind en het internationaal humanitaire recht en het internationale mensenrechtenrecht.

DCIP werkt voor kinderrechten, ongeacht door wie die geschonden worden.

In 2015 en 2016 werden steeds vaker Palestijnse kinderen opgepakt en afgevoerd. In april 2016 zaten er 440 kinderen in Israëlische gevangenschap. Maandelijks worden honderden kinderen opgepakt. Soms zijn ze zo jong als 8 of 9 als ze voor een paar uur worden opgepakt. Kinderen vanaf 12 jaar kunnen worden vervolgd. Ze worden vaak wreed behandeld. Soms gemarteld. De gevangenissen zijn overvol.

Voor 1996 waren bijna alle Israëlische gevangenissen in de bezette gebieden, maar nadat de Palestijnse Autoriteit was opgericht, bleef Israël het Militaire Gezag handhaven en bracht het leger de meeste gevangenen naar Israël. Het transporteren van gevangenen naar het land van de bezetter is een schending van het oorlogsrecht.

Mieke: De Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken, Bert Koenders, zei tijdens een Algemeen Overleg in Tweede Kamer op 26 mei 2016, dat hij het transport van Palestijnse kindgevangenen naar Israël gaat monitoren. Een rapport van Addameer uit 2014 beschrijft de Israëlische Gevangenis Dienst. Wie is verantwoordelijk voor dit transport van Palestijnse kindgevangenen naar Israël? Wie of wat kan de minister het beste monitoren?

Khaled: De Israëlische minister van Defensie is verantwoordelijk voor het leger, maar de Israëlische Gevangenis Dienst is verantwoordelijk voor het transport. De kinderen worden in speciale bussen afgevoerd door de Israëlische Nahson unit. Dat is een getrainde politie unit, onder de verantwoordelijkheid van de Israëlische Gevangenis Dienst. Het ministerie van  Binnenlandse Veiligheid is hiervoor verantwoordelijk net als over de overige politie.

Als je kind in een Israëlische gevangenis zit, dan brengt dat heel veel moeilijkheden mee. Iedereen die zijn kind wil bezoeken, moet eerst geautoriseerd worden. Het Rode Kruis bemiddelt hierin met de Israëlische overheid, en 40% van de families krijgt geen toestemming. De zoon van mijn broer zit in de gevangenis. In 1978 is mijn broer voor 18 dagen in de gevangenis ondervraagd en daardoor krijgt hij nu geen permit en kan hij zijn zoon niet bezoeken. Dit overkomt duizenden Palestijnen. Als je toestemming hebt, moet je uren reizen en wachten bij de checkpoints, wachten bij de gevangenis, voor een bezoek van 15 – 30 minuten. En dan weer terug.

Mieke: In het recente DCIP rapport van April 2016 No Way To Treat  a Child, staat dat  er onvoldoende kwalitatief voedsel is in de gevangenis. Kun je hier meer over zeggen?

Khaled: Volgens het humanitaire recht moet Israël voor voldoende goed eten zorgen en voor kleding en alles wat de gevangenen nodig hebben. Maar er is te weinig en het is van slechte kwaliteit. Soms zijn de kinderen bang dat de Israëli’s iets in het eten doen. En veel gevangenen vertrouwen de medische behandelingen of de dokters en zusters niet. Af en toe gaan gevangenen dood door de slechte behandeling. De laatste jaren is er een overeenkomst met de Palestijnse Autoriteit en het Israëlische bedrijf Dadash. Dadash levert nu extra voedsel aan de gevangenissen, maar tegen een hoge prijs.

Mieke: Waar komt het geld vandaan?

Khaled: De PLO betaalt deze kosten.

Mieke: Ik heb gelezen dat Israël de dode lichamen van slachtoffers achterhoudt en niet aan de families teruggeeft. Zijn daar kinderen onder?

Khaled: Ja, er werden ook lichamen van kinderen achtergehouden, maar die zijn onlangs teruggegeven aan de families. Iedereen die is beschuldigd van het doden van een Israëli, wordt gestraft met het vernietigen van het huis en met het achterhouden van het lichaam, als straf voor de familie. Zo’n straf wordt beschouwd als een collectieve straf in strijd met het humanitaire recht.

Mieke: Kan er dan geen autopsie meer worden gepleegd?Tadamun Most Wanted Justice 2016

Khaled: De Israëlische rechtbank heeft gezegd dat een autopsie alleen nodig is, als er onduidelijkheid is over de doodsoorzaak. In de meeste gevallen oordeelde de rechtbank dat geen autopsie nodig is, omdat de gevallen duidelijk zouden zijn: er zijn soldaten aangevallen en hun leven is in gevaar gebracht, dus het is duidelijk. Ik had contact met een familie waarvan een lichaam van hun kind werd achtergehouden en de rechtbank stelde twee voorwaarden voor teruggave van het lichaam: dat ze het lichaam meteen moesten begraven zonder veel mensen erbij en geen autopsie verricht mag worden. Maar waarom is dat?  Zijn er misschien organen gestolen of willen ze de bewijzen voor de doodsoorzaak verhullen?

Mieke: Zitten er ook kinderen vast onder de Palestijnse Autoriteit?

Khaled: Ja, er zitten ook kinderen in Palestijnse hechtenis, vanwege crimineel gedrag, maar er zijn ook 10 kinderen in hechtenis om politieke redenen. Men beschuldigt hen ervan dat zij voor Hamas of IS werken. Normaal gesproken worden Palestijnse kinderen door de Palestijnse Autoriteiten berecht onder Jordaans jeugdrecht uit 1954. In februari 2016 nam de Palestijnse president de nieuwe Jeugdwet aan. Deze wet is in maart in werking gesteld. De wet is in overeenstemming met internationale jeugdstandaarden. DCIP adviseerde bij het opstellen van de wet. Op dit moment implementeert een Committee van 5 Palestijnse ministers het nieuwe jeugdrecht. Ook hier speelt DCIP, als enige gespecialiseerde organisatie, een adviserende rol .

Mieke: Hoe kunnen wij, in Nederland,  DCIP ondersteunen in jullie werk voor kinderrechten?

Khaled: We willen samenwerken met andere landen, waaronder met Nederland, om te leren van andere ervaringen. In Palestina is geen infrastructuur voor het implementeren van nieuwe wetgeving. Wij missen ook een goed reclasseringstraject. Je kunt DCIP ondersteunen rechtsreeks of via Tadamun om de strijd tegen het schenden van Palestijnse kinderrechten voort te zetten.

Lees Tadamun’s rapport Most-Wanted-Justice-Rapport en praat mee via info@tadamun.nl of @tadaratata of bezoek een van de upcoming Most Wanted Collegetours dit najaar.

 

Steun ons

Giften worden besteed aan het werk van DCIP en steun voor kinderrechten door juridische dienstverlening, door mensenrechtenrapportages en door het ontwikkelen en uitvoeren van campagnes om kinderen in Palestina een stem te geven.

Steun ons