In 1947 stemde de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties voor twee staten in Palestina: een joodse staat en een Palestijnse staat. De oorspronkelijke Palestijnse bewoners hadden er geen vertrouwen in en kwamen in opstand. Daarop brak een oorlog uit. Israëlische milities verjoegen het grootste deel van de Palestijnse bewoners naar de buurlanden vanwaar zij niet meer terug mochten keren. In 1948 riep premier Ben Gurion de staat Israël uit en legde een militair bewind op aan de Palestijnen die in Israël waren achtergebleven.

In 1967 bezette Israël de Palestijnse Westelijke Jordaanoever, de Gazastrook, de Sinaï en de Syrische Golan. Later trok Israël zich terug uit de Sinaï en annexeerde de Golan en Oost-Jeruzalem. Daarna bouwden Israëlische kolonisten illegaal nederzettingen in de Palestijnse gebieden. Inmiddels zijn deze nederzettingen uitgegroeid tot dorpen en steden met moderne infrastructuur en bedrijvigheid.

Oslo

Na de eerste Intifada van 1988, startte in 1993 het geheime Oslo proces waarin de Palestijnse leider Yasser Arafat samen met Israëlische onderhandelaars afspraken maakte over de opbouw van een Palestijnse staat. In 1994 werd de toenmalige premier van Israël, Yitzhak Rabin, doodgeschoten door een kolonist. Rabin’s opvolgers zetten een harde lijn in om de kolonisten niet verder van de Israëlische overheid te vervreemden. Ze keurden bijvoorbeeld de bouw van nog meer nederzettingen goed, sloten langzaam maar zeker de Westelijke Jordaanoever en Gaza af en voerden een discriminerend pasjessysteem in.

Arafat en Sharon werden het niet eens over de terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen naar hun oorspronkelijke dorpen en steden, over de verdeling van Jeruzalem als hoofdstad van beide staten en over de nederzettingen, die elk jaar groter werden. Het Oslo proces mislukte.

Sinds Oslo zijn de nederzettingen flink uitgebreid: er wonen inmiddels zo’n half miljoen Israëlische joden. Deze mensen zijn kolonisten. Ook de situatie van Palestijnse vluchtelingen werd niet opgelost. Meer dan 4 miljoen Palestijnse vluchtelingen zijn afhankelijk van  de humanitair hulp van de Verenigde Naties (UNWRA). In 2002 startte de Israëlische regering met de bouw van de muur op Palestijns land. Het Israëlische leger is er zichtbaar aanwezig en beschermt de kolonisten in de illegale nederzettingen en bewaakt de muur.

Waarom zijn de muur en de nederzettingen een probleem?

Voor de bouw van de muur en de nederzettingen wordt Palestijns land onteigend en in beslag genomen. De Palestijnen raken daardoor steeds meer land kwijt. Veel nederzettingen staan pal naast Palestijnse dorpen en steden of, zoals in Hebron, in het hart van de oude stad. De Palestijnen mogen er niet meer wonen en ze mogen er alleen komen met speciale toestemming.

De bouw van de muur en alle nederzettingen zijn illegaal, zoals het Internationaal Gerechtshof gevestigd in Den Haag in haar juridisch advies (advisory opinion) over de bouw van de muur in 2004 heeft bevestigd. Toch wordt de bouw van de nederzettingen en de muur door de Israëlische regering en door het Israëlische rechtssysteem steeds opnieuw goedgekeurd. Palestijnen hebben het nakijken.

Verschillende wetten

De Israëlische overheid heeft controle over de Palestijnse gebieden en past er verschillende soorten wetten toe: Israëlische wet- en regelgeving zijn toegankelijk voor inwoners van de nederzettingen en Israëlisch militair recht wordt op de Palestijnen toegepast. Verschillende rechtssystemen werken door elkaar waarbij het uitmaakt wie je bent: in de Palestijnse Gebieden is niet iedereen gelijk voor dezelfde wet.

De Palestijnse autoriteiten hebben gezag over enkele kleine enclaves in de Palestijnse gebieden, de zogenaamde A-gebieden. Wanneer Israël vindt dat haar veiligheid in het geding is, neemt de Israëlische minister van defensie het gezag in die gebieden onmiddellijk over.

Israël heeft een ingenieus systeem ingevoerd om de Palestijnen te controleren. Door controles van mensen met een Palestijns identiteitsbewijs  en van mensen die uit de A-gebieden willen reizen wordt hun vrijheid ernstig beperkt. Veel mensen kunnen niet vrij reizen. Dat levert grote logistieke problemen en stress op en maakt het bijvoorbeeld voor veel kinderen moeilijk om dagelijks op tijd op school te komen of voor Palestijnen om tijdig een medische behandeling te krijgen.

Tadamun ziet het Israëlische militaire rechtssysteem dat van toepassing is op Palestijnen als partijdig en als niet conform internationaal recht omdat het discrimineert en de belangen van de bezetter uitvoert. Verbeteringen aan dit rechtssysteem zullen het slechts verfraaien of verdiepen, maar maken geen einde aan het structurele onrecht dat dit systeem vertegenwoordigt.

Gaza

Sinds 1993 is Palestina langzaam afgesloten van Israël en vanaf 2001 werd Gaza bijna onbereikbaar. Sinds 2006 zijn er 4 zware oorlogen en verschillende militaire aanvallen tegen Gaza geweest. Al die tijd werd Gaza door Israël belegerd. Tijdens de oorlogen tegen Gaza zijn honderden kinderen gedood en duizenden kinderen raakten ernstig gewond of verloren hun vader of moeder of een ander familielid. DCIP heeft er een gedetailleerd rapport over geschreven.

Doordat Israël en Egypte de Gazastrook afsluiten, kunnen er onvoldoende goederen in en uit, waardoor er bijvoorbeeld beperkte medische hulpverlening mogelijk is. Veel mensen in Gaza hebben aan alles te kort en kunnen de puinhopen van de oorlogen niet meer opruimen .

Khaled Quzmar, directeur van DCIP, roept de internationale gemeenschap op een einde te maken aan de illegale blokkade van Gaza en om de voortdurende straffeloosheid aan te pakken door verdenkingen van oorlogsmisdaden te onderzoeken en de schuldigen verantwoordelijk te houden.

Strafhof

Op 1 januari 2015 accepteerde de Palestijnse Autoriteit de jurisdictie van het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag over de Palestijnse gebieden vanaf 13 juni 2014. Israël ondertekende het Statuut van het ICC niet en weigerde medewerking.  In 2015 begon de aanklager van het Strafhof een vooronderzoek over mogelijke internationale misdrijven, inclusief oorlogsmisdaden, op Palestijns grondgebied, rondom de nederzettingen en rondom de oorlog tegen Gaza van 2014.

Op het EU Liberties Platform legt het Nederlandse Committee van Juristen voor de Mensenrechten uit hoe deze stap mogelijkheden voor recht voor de Palestijnen kan creëren.

Kinderen

testimony catalog number: 56133
unit: Air Force
area: Gaza strip
period: 2014

“Ga maar door. Zijn vrouw en kind zijn ook in de auto? Is niet het einde van de wereld.”

Getuigenis van een Israëlische soldaat via Breaking The Silence naar aanleiding van de Oorlog tegen Gaza in 2014.

Kinderen in conflict zijn kwetsbaar en worden de dupe van iets waar zij geen verantwoordelijkheid voor dragen. In 2014 werd Palestina partij bij het Verdrag voor de Rechten van het Kind en ondanks dat het Verdrag ook bindend is voor Israel leven veel kinderen in Palestina in angst en worden hun rechten voortdurend geschonden.

Op de West Bank is het Israëlische leger heer en meester en arresteert verdachten, vaak ook kinderen. De Palestijnse Autoriteit kijkt toe. Meer dan de helft van de kinderen die door de militairen wordt gearresteerd krijgt te maken met een of andere vorm van wreed gedrag waaronder blinddoeken, het onthouden van slaap of vastbinden. Ook de Palestijnse politie behandelt minderjarige arrestanten niet altijd goed.

Soms worden gearresteerde Palestijnse kinderen naar een gevangenis in Israël overgebracht. Dat is illegaal volgens internationaal recht. De kinderen spreken geen Hebreeuws en hun ouders kunnen hen daar moeilijk, of niet, bezoeken. Het is bij advocaten, artsen en mensenrechtenorganisaties bekend dat tijdens de verhoren zware druk wordt uitgeoefend waaronder mishandelingen en psychische druk. Daarom is het bijwonen van een verhoor door een ouder of een advocaat en het opnemen van zo’n verhoor  erg belangrijk. Maar vaak krijgen de ouders geen toestemming om te reizen en worden de kinderen in een vreemde omgeving aan hun lot overgelaten. Defence for Children International (DCI) Palestine heeft capabele advocaten in dienst die de kinderen wel kunnen opzoeken en de ouders informeren over hun lot.

DCI Palestine documenteert de praktijk en brengt de feiten onder de aandacht van de autoriteiten.

Rifat Kassis, oprichter van DCI Palestine zei in een interview met Adri Nieuwhof naar aanleiding van de oorlog tegen Gaza in 2012:

“In mijn werk voor DCI in Palestina bedenk ik vaak dat deze praktijken niet alleen de Palestijnse kinderen treffen, maar ook de Israëlische soldaten en zelfs de Israëlische maatschappij: tenslotte keren deze soldaten terug naar huis en moeten daar hun eigen kinderen in de ogen kijken nadat ze dit gedaan hebben.”

In 2013 reisde een groep Nederlandse experts naar Palestijns gebied om zich te verdiepen in de problematiek van Palestijnse kinderen in Israëlische militaire detentie. Tadamun voorzitter Karin Arts ging mee. Hier vind je het rapport uit 2014 van deze expertgroep met aanbevelingen aan de Israëlische regering om kinderrechten na te leven.

In februari 2015 constateerde Unicef dat slechte behandeling van Palestijnse kinderen in Israëlische militaire detentie nog steeds wijdverspreid is en systematisch voorkomt ondanks recente veranderingen binnen Israëlische wetgeving.

Wie profiteert van de bezetting?

Naast de Israëlische overheid zijn er veel ander actoren die de bezetting van Palestina in stand houden, zoals  bedrijven die er aan verdienen. Er zijn ook mensen die meewerken omdat ze macht ontlenen aan het conflict of privileges krijgen, waaronder toegang tot goedkoop land en water.

Steun ons

Giften worden besteed aan het werk van DCIP en steun voor kinderrechten door juridische dienstverlening, door mensenrechtenrapportages en door het ontwikkelen en uitvoeren van campagnes om kinderen in Palestina een stem te geven.

Steun ons

Getuigenissen

Veel families zijn blij met de juridische steun van DCI Palestine: “Ik wil mijn dankbaarheid laten zien aan al diegene van Defense for Children International in Palestina die ervoor zorgden dat mijn zoon Darwish vrij is gekomen.” Schrijft de vader van Darwish in een brief aan DCI Palestine.